Get Adobe Flash player
Ons Team!
wait
wait

Lezing 2011 door Paul Depla

Thijs Wöltgenslezing door Paul Depla, 13 mei 2011, Kerkrade

 

Het is voor mij een grote eer om vandaag de tweede Thijs Wöltgens-lezing te mogen houden. Een lezing ter ere van een persoon die ik nooit persoonlijk heb mogen ontmoeten, maar waarvan de beelden en de verhalen vroeger al een enorme indruk op me hebben achtergelaten.

Vanavond houd ik in de geest van Thijs Wöltgens een pleidooi voor een nieuwe maatschappelijke verankering van het middenveld. In de wantrouwende samenleving waarin zowel politiek als markt voortdurend ter discussie staan, lijkt het maatschappelijk middenveld een natuurlijk en aantrekkelijk alternatief. Zeker voor hen die, zoals Thijs Wöltgens geloven in een modern gemeenschapsdenken.

 

Ik zal echter betogen dat een revival van dat maatschappelijk middenveld niet vanzelf zal slagen.  In de huidige tijd waarin een verplichtende, opgelegde gemeenschapszin niet meer werkt, zal het maatschappelijk middenveld de vrije zelfstandige burgers iedere keer weer opnieuw moeten binden. En dat is niet eenvoudig, omdat die burgers zich namelijk vaak ook vervreemd hebben van vele organisaties die dat maatschappelijk middenveld vormen.

Of het nu gaat om organisaties op terreinen als zorg, onderwijs en wonen. Die organisaties, voortgekomen uit sociale bewegingen, hebben een enorme schaalvergroting doorgemaakt, waardoor die organisaties niet meer van en voor de mensen lijken te zijn.

Pleidooien voor de terugkeer naar de kleinschaligheid van weleer ‘het dorp van mijn vader’,  zijn begrijpelijk maar missen hun doel omdat de schaalvergroting van het middenveld niet uit de lucht is komen vallen. Er waren reden voor die schaalvergroting. En die bestaan nog steeds.

 

Het maatschappelijk middenveld zal alleen blijvend in een gezaghebbende positie komen als het erin slaagt de schaalvergroting te combineren met stevige lokale verankering. Als het de op het oog paradoxale wens naar de vrijheid van wereldwijde internet weet te combineren naar de hang naar een eigentijds dorpsplein. Een dergelijk middenveld weet zich opnieuw maatschappelijk te verankeren en zal betrokken burgers met moderne gemeenschapszin binden.

 

In de huidige samenleving zal dat middenveld aan de winnende hand zijn. Net zoals partijen die aan deze maatschappelijke beweging van moderne gemeenschapszin een politieke stem geven, een mooie toekomst in het verschiet ligt. Het zijn de partijen die voortbouwen op de traditie van Thijs Wöltgens.

 

I. THIJS WOLTGENS: ZUIDERLING IN PVDA

Thijs Wöltgens was  in mijn beleving een bijzondere, atypische PvdA-er. Een PvdA-er uit het zuiden. En dan niet iemand die in het zuiden was komen wonen of – nog erger – het zuiden gebruikte om Kamerlid te kunnen worden. Nee, Wöltgens was een echte zuiderling.

In de vele artikelen die over Thijs Wöltgens zijn dood zijn geschreven, werden daaraan veelal de oubollige clichés verbonden. En niet iedereen zal daarbij direct een positieve associatie hebben.  Maar voor mij is en was het zuiderling zijn binnen de PvdA heel bijzonder.

Toen ik als geboren en getogen Eindhovenaar vanuit Nijmegen ging werken voor de landelijke PvdA, zag ik hoe dun die stroming binnen de PvdA was gezaaid. Hoe zeer de PvdA werd gedomineerd door het Nederland van boven de Moerdijk. En als zuiderling had ik het gevoel dat het met de PvdA wel eens een stuk beter zou kunnen gaan als de dominante cultuur zou kunnen worden versterkt door meer mensen als Wöltgens. Het zou in ieder geval een stuk gezelliger worden. Zeker voor een partij die staat voor een betere wereld, toch geen verkeerd uitgangspunt. Dacht ik. Helaas.

Wöltgens was en bleef een uitzondering. Mensen die te druk waren met de mensheid om ook nog oog te hebben voor de mensen, vormden en vormen de hoofdstroom binnen de PvdA. Te weinig mensen hebben door dat een bijeenkomst niet is afgelopen als de bar open gaat. Iemand als Felix Rottenberg, die ik persoonlijk erg hoog heb, is hiervan een treffend voorbeeld. Toen hij een keer naar het gewest in Noord-Brabant ging, had ik hem op het hart gedrukt dat hij tijd in moest ruimen om na afloop even een pilsje te pakken. Dat je in dat half uurtje meer wint dan in de gehele vergadering daarvoor. Rottenberg begreep daar niets van. Maar hij volgde mijn advies plichtsgetrouw op. Na afloop sprak ik al die Brabanders die voor en tijdens de vergadering enorm veel kritiek hadden op het optreden van Rottenberg. Ze vonden het geweldig. Geweldig dat ze nu gewoon een keer ontspannen hadden kunnen spreken met Rottenberg. Dat Rottenberg – ondanks zijn Amsterdamse arrogantie – toch best aardig was. Eigenlijk een gewoon persoon bleek te zijn. Ook Rottenberg was tevreden. Hij bedankte me een dag later uitgebreid voor mijn advies. Dat was echt waardevol geweest. Ik vond dat bijzonder. Want het was toch zo normaal. En ik wist één ding zeker: Thijs Wöltgens zou zo’n advies niet nodig hebben gehad.

 

Thijs Wöltgens was iemand waarmee ik me als cultureel katholiek enorm kon identificeren. Daarbij had voor hem het katholicisme natuurlijk ook nog die andere dimensie. Die dimensie van het geloof. Natuurlijk ken ik zijn persoonlijke overwegingen niet, maar in zijn levensloop en verschillende publicaties herken ik gelijksoortige keuzen, overwegingen en twijfels als bij mijn ouders. Zo keerde mijn vader de KVP net zoals Wöltgens de rug toe na de nacht van Schmelzer. En zie ik zijn brief aan God die hij schreef voor de EO een pleidooi een menselijke God. Een god van en voor mensen. Het was of ik mijn moeder hoorde spreken over haar geloof. Een geloof dat zij niet liet afpakken door welke bisschop of paus dan ook.

In de publicaties van Wöltgens was de katholieke sociale leer, die we van thuis uit hebben meegekregen ook altijd zo herkenbaar. Zoals het verhaal van de inzet van talenten zoals dat ook in zijn pleidooien begin jaren tachtig naar voren kwam over het arbeidsmarktbeleid. Pleidooien, waardoor hij toen het etiket nieuw realist kreeg, die mij sterk deden denken aan de opvattingen van mijn vader, grootgebracht in eenzelfde traditie.  Ook zijn laatste publicaties hadden een relatie met het gedachtegoed dat mij met de paplepel is ingegoten. Solidariteit vraagt oog voor de belangen van alle groepen in de samenleving. Solidariteit blijft, zo illustreerde Wöltgens op basis van analyses van de Duitse SPD, alleen maar bestaan als ook de middengroepen zich niet vervreemden van de collectieve arrangementen. Het bij elkaar brengen en houden van de gemeenschap, veronderstelt een beweging waarin de middengroepen niet uit het oog worden verloren. Immers zonder het draagvlak bij deze groepen erodeert solidariteit en komen arrangementen voor mensen die het echt nodig hebben, onder te staan.

 

Vanwege door mijzelf ervaren verwantschap heb ik altijd betreurd dat ik Thijs Wöltgens nooit persoonlijk heb kunnen ontmoeten. Na mijn komst naar Heerlen is die spijt alleen maar groter geworden.  De wijze waarop mensen hier in Zuid-Limburg spreken over Thijs Wöltgens is zeer bijzonder en hartverwarmend. Vanuit uiteenlopende politieke achtergronden en maatschappelijke sectoren wordt hij geroemd.  Als een spitsvondig denker die met scherpe analyses mensen perspectief kon bieden. Als een netwerker die samen met generatiegenoten in Den Haag voor de Limburgse zaak opkwam en zaken voor elkaar wist te krijgen. Als een verbinder die in staat was om traditionele tegenstanders over hun eigen schaduw heen te laten springen, zodat er in de Oostelijke Mijnstreek eindelijk met elkaar samengewerkt ging worden. Als een Europeaan die zijn oog gericht had op het Oosten omdat hij wist dat de Limburgse periferie alleen opgelost kon worden als we afstand zouden nemen van onze nationale oriëntatie. En natuurlijk als een fervent pleitbezorger van het Rijnlandse Model als enige duurzame economische agenda omdat het model is gebaseerd op drie pijlers die in de ogen van Wöltgens ook de essentie zijn van de sociaal-democratie. Namelijk rechtvaardigheid als leidend beginsel voor duurzame economische ontwikkeling. Harmonie en consensus als basisvoorwaarden voor die zelfde ontwikkeling. En de noodzaak om de middengroepen betrokken te houden bij de economie en verzorgingsstaat.

 

Om iemand met dergelijke kwaliteiten te mogen ontmoeten, zou een groot voorrecht zijn geweest. Maar ik zou Thijs Wöltgens ook graag juist nu ontmoet hebben om met hem te spreken over belangrijke recente ontwikkelingen. Ontwikkelingen in Europa. Want wat zou zijn analyse zijn van de valutacrisis die Europa in zijn greep heeft? Hoe zou hij aankijken tegen het feit dat ondanks alle retoriek over wegvallende grenzen de laatste jaren er niet meer mensen uit Parkstad in Aken zijn gaan werken maar juist minder? Wat zou hij vinden van voorstellen die het kabinet heeft om bureaus ter stimulering van grensoverschrijdende samenwerking  te sluiten? Hoe zou reageren op de verschuivingen in het politieke landschap. Verschuivingen die uitgerekend in ‘zijn’ Limburg zo groot zijn dat de PvdA voor het eerst sinds mensenheugenis geen deel meer uitmaakt van de Limburgse GS? Wat zou zijn analyse zijn van het grote onbehagen? Wat zouden zijn antwoorden zijn op de wantrouwende samenleving? Een samenleving waar een toevallige tweed of gerucht op internet evenveel of misschien wel meer waarde en gezag lijkt te hebben dan een opvatting of verklaring van een wetenschapper, opinieleider, bestuurder of politicus?   En welke toekomst zou Wöltgens schetsen voor de sociaal-democratie en de PvdA in het bijzonder?

 

2. NAAR EEN MODERN GEMEENSCHAPSDENKEN

Op deze vragen zullen we nooit een antwoord krijgen. En dus zullen we op basis van zijn inzichten zoals die naar voren zijn gekomen in zijn publicaties zelf een perspectief voor de toekomst van de sociaal-democratie moeten schetsen. Een perspectief dat zijn basis naar mijn idee moet vinden in een eigentijds communautairisme of, anders gezegd, een modern gemeenschapsdenken. Een denken dat natuurlijk op verschillende sectoren toegepast kan worden. Thijs Wöltgens zou als econoom en overtuigd Rijnlander, natuurlijk als eerste kijken naar de uitwerking van dat modern gemeenschapsdenken voor de economie. Als simpele politicoloog-bestuurskundige concentreer ik me echter op een andere sector. Namelijk de verhouding tussen burger en bestuur. Of zoals u wilt, de sturing van de samenleving. Vanuit dat perspectief is het centrale doel van het moderne gemeenschapsdenken te formuleren als het streven naar het betrokken middenveld of anders gezegd: een pleidooi voor de noodzakelijke terugkeer van de mens in het maatschappelijk middenveld.

 

Laat ik proberen dit centrale streven te verduidelijken. In de platgetreden discussies over de sturing van de samenleving domineert vaak de tegenstelling tussen de staat en de vrije markt als de twee inrichtingsprincipes. Een tegenstelling waarvoor soms andere worden begrippen gebruikt, zoals de bureaucratie tegenover het individu, of het socialisme tegenover het liberalisme. Het maakt niet welke termen precies worden gebruikt. Want het gaat om die zelfde duidelijke tegenstelling.

 

Deze uit de Angelsaksische landen stammende tegenstelling heeft lange tijd discussie over de sturing van de samenleving gedomineerd. Zeker ook in de sociaal-democratie. De sociaal-democratie was tegen ver doorgevoerd individualisme en marktwerking en dus voor de staat. De staat als beste garantie voor een rechtvaardige samenleving.

 

Tegelijkertijd wist iedereen wel dat die tegenstelling veel te grof was. En iedereen die dat niet wist, deed, zoals Kalma treffend heeft geformuleerd in de illusie van de democratische staat, onrecht aan de werkelijkheid. En zeker aan de geschiedenis van de sociale bewegingen die zo kenmerkend is geweest voor het continentale Europa waarin met name in Rijnlandse traditie er altijd een middenweg was geweest tussen staat en markt. Dat was de weg van het maatschappelijk middenveld. Een weg waarin naast de overheid en het individu sociale organisaties een belangrijke rol spelen in de ordening van de samenleving. Sociale organisaties die burgers bonden. En ervoor zorgden dat er op talloze maatschappelijke terreinen van woningbouw, zorg, onderwijs, sport , cultuur maar ook op het terrein van de economie er gezaghebbende beslissingen werden genomen. En de verzorgingsstaat vorm kreeg. Een verzorgingsstaat die niet van de overheid was. Die niet van de markt was. Maar die van de georganiseerde samenleving was. En die via die georganiseerde samenleving van en voor de verbonden burgers  was.

 

4. DE WANTROUWENDE SAMENLEVING

Het maatschappelijk middenveld als alternatief voor zowel de staat die onvoldoende efficiënt is en burgers uiteindelijk ook te weinig ruimte voor betrokkenheid en keuze biedt. Maar ook als alternatief voor de markt die voor onvoldoende rechtvaardigheid zorgt en grote groepen onvoldoende bestaanszekerheid en daarmee positieve vrijheid biedt. Het maatschappelijk middenveld als natuurlijke middenweg. Dat is het natuurlijk altijd al geweest.

 

Maar in de huidige tijd is het appèl op een sterk middenveld misschien nog wel vanzelfsprekender. Immers in de huidige tijdgeest staat het gezag van de overheid voortdurend ter discussie. Niet voor niets wordt van een wantrouwende samenleving gesproken. Een wantrouwen dat in de eerste plaats politici en de overheid lijkt te treffen. De polls die de kranten tegenwoordig presenteren laten dit keurig zien. Poneer een stelling over politici of ambtenaren en je weet bijna op voorhand de uitkomst wel. Het wantrouwen ziet diep. Heel diep.

 

Twee recente voorbeelden die dit illustreren. Uit eigen ervaring heb ik ervaren hoe anders de samenleving naar je gaat kijken, hoe je anders wordt beoordeeld als je minder politicus bent. Als wethouder was ik tien jaar lang een politicus. Een politicus pur sang. En dus voor heel veel mensen een bron van ergernis en irritatie. Vanaf de dag dat ik burgemeester werd, kantelde dit beeld. Ik was geen politicus meer. Maar was een bestuurder geworden. In plaats van ‘van een partij’ werd ik nu iemand ‘van iedereen, van de gehele stad’. En dat heeft een enorm effect. Zelfs in de stad waar ik tien jaar wethouder ben geweest. Ineens ben ik mens geworden. Dat wil zeggen. Geen politicus meer die in principe gewantrouwd moet worden. En dus krijg van allerlei mensen schouderklopjes die me in het verleden juist naar mijn politieke leven stonden.

 

Een tweede illustratie van de effecten van de wantrouwende samenleving voor het gezag van politici. Een voorbeeld van Frans Timmermans. Tijdens de Arabische Lente was Frans veelvuldig te zien bij Pauw en Witteman. Het feit dat hij zo vaak terug mocht komen, gaf aan dat de kijkers hem waardeerden. Maar – zoals Frans mij gezegd heeft – bestond die waardering vooral op het moment dat hij als mens of als deskundige aan het woord was. Zodra Frans politicus werd, bijvoorbeeld op het moment dat hij zich uitsprak over de brief die het kabinet had geschreven over de helikopter-crash in Libië, zakte de waardering voor Frans Timmermans bij het publiek direct. De politicus wordt niet meer vertrouwd in een wantrouwende samenleving.

 

In de wantrouwende samenleving heeft de staat, heeft de politiek enorm aan gezag ingeboet. Tegelijkertijd kan niet worden geconstateerd dat burgers direct al het heil van de markt verwachten. Integendeel. Kijk naar de reacties op de crisis bij de banken. Natuurlijk de banken moesten worden gered, maar het imago van bankiers heeft meer dan een behoorlijke deuk opgelopen. Of neem de weerzin tegen de bonussen-cultuur bij diezelfde banken. Of de torenhoge salarissen in de markt. Om nog maar te zwijgen tegen het verzet tegen een verdergaande privatisering. Of het nu gaat om de zorg. Het openbaar vervoer. Of de energie. De samenleving lijkt niet echt gecharmeerd van de markt. En zet die vermaledijde overheid dus niet direct bij het oud vuil ten faveure van de markt.

 

Waar zowel overheid als markt ter discussie staan, lijkt zich een revival voor het maatschappelijk middenveld aanstaande. Het maatschappelijk middenveld als alternatief voor zowel die inefficiënte overheid met zijn politici als voor de markt die alleen maar denkt aan zichzelf. Na de decennia waarin het liberalisme, in de verschijningsvorm van het onvervalste neo-liberalisme of de meer sociaal georganiseerde Derde Weg, het initiatief hadden, lijkt het nu weer een gouden tijd voor het maatschappelijk middenveld aan te breken.

 

Wie echter denkt dat dit zo maar gebeurt, zal van een koude kermis thuis komen. Want ook het maatschappelijk middenveld heeft niet automatisch het vertrouwen. Heeft niet vanzelf het maatschappelijk gezag om een dominante rol in de samenleving te spelen. Want het maatschappelijk middenveld is de laatste decennia enorm van kleur verschoten. Het idee dat het maatschappelijk middenveld als een verband van sociale organisaties waarmee burgers zich verbonden voelen, is voor een groot deel gebaseerd op valse romantiek. Gebaseerd op beelden uit het verleden waarin erkende en gekende voorlieden richting gaven aan die sociale verbanden. Die sociale verbanden ook een uitdrukking vormden van waarden die nagestreefd werden in het belang van grote groepen in de samenleving. Waar de bewoners op directe of indirecte manier invloed op konden uitoefenen.

 

Dit is het klassieke beeld van het maatschappelijk middenveld. Een beeld waardoor het middenveld voor vele groepen samenleving een aantrekkelijk perspectief is. Veel aantrekkelijker dan de verstikkende bureaucratie van de staat of de rat race van de vrije markt. Kijk naar pleidooien die soms worden gehouden. Bijvoorbeeld in het onderwijs. Waar het bon ton is om te hoop te lopen tegen regels en voorschriften vanuit het ministerie. De beruchte Zoetermeerse, of tegenwoordige Haagse circulaires als het schrikbeeld en misschien wel het icoon voor de vervreemding van het onderwijs. Vanuit die beelden wordt er dan snel gepleit voor minder Den Haag en meer samenleving. Samenleving in de vorm van het maatschappelijk middenveld. Maar is het maatschappelijk middenveld in het onderwijs nog wel van die samenleving. Hebben leerlingen, ouders en leerkrachten in dat maatschappelijk middenveld eigenlijk nog wel een positie? Neem grote organisaties als Ons Middelbaar Onderwijs in Brabant of het LVO in Limburg als voorbeeld. Grote organisaties. Waarin de afstand tussen de top en de werkvloer vaak bijna even groot is als de afstand tussen Den Haag en die werkvloer. En waar in Den Haag bestuurders en managers uiteindelijk aan het stuur zitten, is het bij deze grote koepels vaak niet anders. De directie – die om wat meer status te krijgen betiteld worden als College van BESTUUR of nog erger RAAD VAN BESTUUR– bestaat vaak uit mensen die net zo goed carrière hadden kunnen maken in de Haagse bureaucratie.  Met een maatschappelijke beweging heeft het in ieder geval weinig meer te maken.

 

4. DE LOGICA VAN SCHAALVERGROTING

Denken dat het met in  positie brengen van het maatschappelijk middenveld alles vanzelf goed gaat komen in de huidige wantrouwende samenleving, is mijns inziens naïef. Naïef omdat het voorbij gaat aan de grote veranderingen die zich in het maatschappelijk middenveld hebben voltrokken. Veranderingen die het karakter van het maatschappelijk middenveld bijzonder hebben aangetast. Schaalvergroting is hiervan de meest dominante en bepalende ontwikkeling.

 

Schaalvergroting in de zorg. Fusie stapelt zich op fusie. De zorginstellingen worden groter en groter. Of het nu gaat over de Geestelijke Gezondheidszorg, de Thuiszorg of de Ouderenzorg.

Of neem de wereld van de corporaties. Wat is er eigenlijk nog coöperatief aan? Ook hier de ene fusie na de andere. Waar je vroeger een grote woningstichting was met zo’n 5.000 wooneenheden, tel je in grote delen van het land al lang niet meer mee met dit soort aantallen. Sterker. Je moet je vaak verdedigen waarom je niet groter wordt.

Of neem opnieuw het onderwijs. Overal schaalvergroting. Van basisonderwijs via middelbare scholen, maar met de schaalvergrotingen in het middelbaar beroepsonderwijs en de hogescholen als meest sprekende voorbeelden. De ROC’s als mammoet-organisaties om nog maar te zwijgen over de Hogescholen in Nederland. Inholland als voorbeeld. Misschien een extreem voorbeeld. Maar zeker geen uitzondering als het gaat om de enorme schaalvergroting die op vele plekken in het hoger onderwijs heeft plaatsgevonden.

 

Burgers lopen te hoop tegen deze schaalvergroting. Maar die schaalvergroting in het maatschappelijk middenveld is niet uit de lucht komen vallen. Er lijken ook argumenten te bestaan voor die schaalvergroting. Ze worden in ieder geval vaak naar voren gebracht. Door een grotere schaal zou er efficiënter gewerkt kunnen worden. Waardoor er meer middelen aan het eigenlijke doel van de organisaties kan worden besteed. Door schaalvergroting zouden zaken slimmer aangepakt kunnen worden. Zou er in totaal minder overhead nodig zijn. En dus kan er meer geld aan onderwis, zorg of wonen worden besteed.

 

Schaalvergroting zou niet alleen efficiënter zijn. Het zou ook een logisch antwoord kunnen zijn op de wens tot specialisering. Want waar in bijvoorbeeld één ziekenhuis nooit alle kwalitatieve zorg kan worden geboden, zou door een schaalvergroting specialismen makkelijker gewaarborgd kunnen blijven. Al was het alleen maar om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen waardoor er een infrastructuur kan blijven waarin de specialismen tot bloei kunnen komen. Of neem de noodzakelijke voorzieningen die in het onderwijs noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld waar het gaat over de dure investeringen zoals een technische werkplaats voor een ROC. Een kleine onderwijsorganisatie kan zo’n investering nooit alleen dragen en dus is het voor de kwaliteit van het onderwijs en kansen van leerlingen van belang dat er op grotere schaal wordt samengewerkt.

 

Voorts dwingen, zo wordt vaak gesteld, ontwikkelingen buiten het maatschappelijk middenveld tot schaalvergroting. Neem de ontwikkelingen bij de zorgverzekeraars. Deze werken op steeds grotere schaal. Ook daar is er sprake geweest van fusie op fusie. En om tegenspel aan die grote marktpartijen te kunnen bieden, is het noodzakelijk dat ook in het maatschappelijk middenveld de krachten worden gebundeld. Gebeurt dat niet, dan is het maatschappelijk middenveld geen interessante partij meer voor die marktpartijen en kunnen dus niet meer de diensten worden geleverd waar de cliënten recht op hebben.

 

En als laatste argument voor schaalvergroting wordt, zeker hier in Zuid-Limburg, vaak gewezen op de krimp van de bevolking. Juist in een omgeving met steeds minder bewoners, is het noodzakelijk om krachten te bundelen. Waar vroeger wellicht in iedere grotere gemeente in bv Parkstad een zelfstandige VMBO kon blijven bestaan, is dat nu nauwelijks meer vol te houden. Krachten moeten worden gebundeld. En niet langer alleen in bestuurlijke zin, maar ook in de feitelijke verschijningsvorm van maatschappelijke organisaties.

 

5. GEVOLGEN VAN SCHAALVERGROTING

Schaalvergroting van het maatschappelijk middenveld. Het is niet dat er geen argumenten voor zijn. Maar toch. Die schaalvergroting heeft enorm grote gevolgen voor de waardering en betekenis van het maatschappelijk middenveld. Burgers lijken ene net zo’n grote afstand te voelen tot dat maatschappelijk middenveld als ze dat doen ten opzichte van de overheid. En ook bij de professionals lijkt er vaak sprake van een enorme afstand tot de bestuurders. Er lijkt sprake van een groeiende vervreemding. Waardoor maatschappelijk middenveld steeds minder van de samenleving lijkt te zijn.

 

De voorbeelden die iedereen wel uit zijn eigen directe omgeving kent of heeft ervaren, voeden dit sentiment. Want leidt schaalvergroting wel tot meer efficiency? En leidt de schaalvergroting wel tot meer middelen voor het primaire proces. Het wordt zo vaak, zo gemakkelijk gesteld. Maar in de praktijk kunnen gemakkelijk andere voorbeelden worden getoond. Of in ieder geval verteld.

 

Neem de regionalisering van de brandweer. Niet echt maatschappelijk middenveld, maar ook hier is met dezelfde argumentatie gepleit voor een schaalvergroting. We zijn in Zuid-Limburg nu enkele jaren na de keuze voor de regionalisering. Natuurlijk op sommige punten wordt er meer kwaliteit geleverd. Maar tegelijkertijd lijkt te kunnen worden geconstateerd dat de regionalisering vooral heeft geleid tot een instroom van beleidsadviseurs, financieel experts, p&o-ers, ict-adviseurs en juristen. Het kantoor wordt steeds voller, terwijl het aantal mensen in het blauw (de echte brandweermensen) alleen maar minder wordt. Daarnaast lijkt de brandweer zich door de schaalvergroting meer en meer op een zelfstandig bestuursorgaan. Een organisatie die eigenlijk van niemand is. Niet van de brandweermensen. Niet van de gemeentebesturen. Hooguit van een directie die op grote afstand staat van zowel de werkvloer als de lokale politici.  Schaalvergroting – ook hier ingezet met de beste bedoelingen – die uiteindelijke hele andere effecten heeft gehad.

 

Schaalvergroting in het maatschappelijk middenveld. De tragiek van de goede bedoelingen. Want ook in het onderwijs is de schaalvergroting niet uit het niets ontstaan. Er waren prachtige beelden. Bijvoorbeeld waar het ging over de ROC’s. Het zou immers prachtig zijn als scholieren in een brede omgeving een beroep zouden leren. Zodat als het ene beroep het uiteindelijk toch niet helemaal de juiste keuze zou zijn geweest, men in dezelfde omgeving kon overstappen naar een andere beroepsopleiding. Een logisch verhaal. Maar wie kijkt naar de fabrieken die de ROC’s vaak zijn geworden, moet zich echt afvragen of er ooit vanuit het perspectief van een leerling is gekeken. Want hoeveel scholieren zouden nu echt overstappen van de techniek naar de zorg? Of van computers naar de restauratieve beroepen? Iedereen die met leerlingen spreekt of kijkt naar de cijfers van leerlingenstromen, weet dat het bij goede bedoelingen zal blijven. Maar intussen hebben we wel de ROC’s als grote, anonieme lesfabrieken waar College van Bestuur op te grote afstand van de werkvloer leiding geven aan hun school.

 

6. NOODZAKELIJKE VERANKERING MIDDENVELD

Schaalvergroting van het maatschappelijk middenveld. Het heeft een reden gehad. Maar als deze ontwikkeling doorgaat, en de vervreemding dus verder gestalte krijgt, zal het maatschappelijk middenveld nooit blijvend het wervende alternatief kunnen zijn overheid of markt. Naar mijn mening zullen we de komende jaren alle energie moeten steken in het opnieuw verbinden van het maatschappelijk middenveld. We moeten een betrokken middenveld organiseren. Een middenveld waarmee de burgers – in zijn verschillende gedaanten – zich weer een plaats heeft veroverd.

 

Een maatschappelijk middenveld dat die verankering ook anders organiseert dan in het verleden. In het verzuilde tijdperk had de verankering in het maatschappelijk middenveld een verplichtend karakter. Je was katholiek en dus stemde je KVP, keek je KRO, voetbalde je bij RKVV RPC en las je de Volkskrant. Net zoals je arbeider PvdA stemde, lid was van de NVV, keek naar de Vara en het Vrije Volk las. Het was een opgelegde gemeenschap. Vrij keuze was er niet. Een dergelijke verplichtende, zo u wilt verstikkende gemeenschapszin werkt niet meer. En zal ook niet meer werken. Die tijd komt immers nooit meer weer.

 

Dat betekent echter niet dat er geen behoefte is aan gemeenschapszin. Integendeel. Op talloze momenten en plekken zoeken mensen verbindingen met elkaar. Die zoektocht, hunkering naar betrokkenheid, is de motor van de moderne gemeenschapszin. Moderne gemeenschapszin die per definitie een gevolg is van vrijwillige keuzen van mensen.

 

Niet te verwarren met vrijblijvende keuzen, die er soms ook lijkt te bestaan bij erupties van collectief verdriet en rouw zoals we die sinds de dood van Lady Di.  Het zijn de uitzonderingen. Want vaak is de betrokkenheid veel duurzamer. Vele mensen zetten zich langdurig in en voelen zich langdurig betrokken bij een publieke gemeenschap. Echter niet meer omdat het van een elite moet, maar omdat men daar zelf voor kiest. Modern gemeenschapzin is – paradoxaal genoeg – sterk gebaseerd op individuele keuzevrijheid.

 

Modern gemeenschapszin is op deze veronderstelling gebaseerd. Het maatschappelijk middenveld zal dit zich moeten realiseren. En het opnieuw verankeren of verbinden van het maatschappelijk middenveld zal niet slagen als we alleen het alleen maar als een enkeltje naar het verleden weten te presenteren.

 

Natuurlijk. Soms gebeurt dat. En die romantische pleidooien naar ‘het Dorp van mijn vader’ kunnen ook vaak op veel sympathie rekenen. Maar tegelijkertijd zullen ze uiteindelijk falen omdat ze geen recht doen aan de veranderende samenleving. Burgers kiezen immers zelf hun betrokkenheid. En de schaalvergroting bij de maatschappelijke organisaties is ook niet uit de lucht komen vallen.

 

De opgave voor de komende jaren ligt in het bij elkaar brengen van de burger bij het veranderende maatschappelijke middenveld. Dat zal niet eenvoudig zijn. Maar toch zijn er voorbeelden aan te wijzen waarbij moderne gemeenschapszin vorm heeft gekregen.  Zo kan de coöperatie, zoals deze onder andere vorm heeft gekregen in de Rabobank, wellicht een aangrijpingspunt zijn. Heeft de Rabobank zich hierdoor niet weten te onttrekken aan de bankencrisis? Heeft ze door een herkenbare lokale verankering en autonomie juist niet staande weten te houden?

 

Of laten we kijken naar de alternatieven die in gemeenten worden georganiseerd voor almaar toenemende schaalvergroting of ondoorzichtelijke bestuurlijke tussenlagen. Zijn de SETA-oplossingen die in sommige gemeenten worden gehanteerd een wenkend perspectief? SETA wat staat voor Samen en Toch Apart. Een oplossing waarin gemeenten zelfstandig kunnen blijven als bestuurlijke gemeenschap maar wel gebruik maken van elkaars diensten zodat ze de kwalitatieve dienstverlening kunnen garanderen zonder dat er een onoverzichtelijke en voor burgers vreemde nieuwe bestuurslaag ontstaat?

 

Of zouden we wellicht iets kunnen leveren van de Open Campussen die zo her en der in Nederland ontstaan. Neem Chemelot in Sittard-Geleen. Of de High Tech Campus in Eindhoven. Het zijn de campussen waarin bedrijven kunnen ontstaan en groeien doordat zij gebruik maken van een bestaande technologische en personele infrastructuur die is gerealiseerd door de oude grote bedrijven. Oude mologen die hebben gerealiseerd dat fusies niet langer het antwoord zijn op economische onzekerheid. Maar dat in de huidige tijd het netwerk van kleinere en grotere zelfstandige bedrijven in de directe omgeving de meeste kansen biedt op een duurzame economische ontwikkeling. Autonomie verankerd in een groter geheel.

 

De coöperatie. Seta. De Open Campus. Het zijn slechts drie voorbeelden waarin het niet gaat over schaalvergroting  of eigen identiteit. Maar waar beide zaken juist met elkaar worden gecombineerd.  Volgens mij een winnende kaart voor de toekomst. Omdat met deze kaart wordt voorkomen dat mensen zich opsluiten in hun eigen kleine beschutte thuis, waarbij men zich afsluit van de rest van de wereld. Maar aan de andere kant wordt voorkomen dat mensen zich verloren wanen in een grote, ongekende wereld die geen thuis meer biedt. Het is een winnende kaart omdat het respecteert dat lokale betrokkenheid en identiteit de kracht geeft om te overleven en te genieten van die grotere wereld.  Het is de winnende kaart omdat het een brug lijkt te slaan tussen enerzijds de hang naar een eigentijds dorpsplein met anderzijds de vrijheid van de wereldse mogelijkheden van het internet.

 

We moeten deze vorm van modern gemeenschapsgevoel koesteren. We moeten ervoor zorgen dat het maatschappelijk middenveld weer opnieuw wordt uitgevonden. Opnieuw verbonden wordt met de samenleving. Een middenveld dat weer van de betrokken mensen wordt. Betrokkenheid die er nog steeds is. En die tot talloze nieuwe initiatieven in de samenleving leidt. Initiatieven die echter lang niet altijd de ruimte krijgen die ze verdienen.

 

Enerzijds zien we het juk van de marktwerking, waarbij Europa en NMA vaak de totempalen zijn, waardoor mooie initiatieven die bijdragen aan moderne gemeenschap in de kiem gesmoord. Neem voorstellen voor clustering van scholen en winkels in bepaalde plattelandsgemeenten. Te vaak wordt gesteld dat het niet mag omdat het de markt verstoort, terwijl op dat platteland die markt allang niet meer bestaat.

 

Naast het juk van de markt, zit het klassieke gelijkheidsdenken dat dit soort nieuwe maatschappelijke initiatieven in de weg. Want het klopt dat dit soort initiatieven niet overal tegelijkertijd worden bedacht. Hierdoor kan er inderdaad soms een ongelijkheid ontstaan tussen de ene bewoner die wel gebruik kan maken van de diensten van het nieuwe middenveld en een andere bewoner die dat niet kan. Nog te vaak wordt deze ongelijkheid aangegrepen om initiatieven die buiten de klassieke bureaucratische collectieve sector om zijn  ontstaan, in de kiem te smoren.

 

7 NAAR NIEUWE POLITIEKE VERHOUDINGEN

Door dit soort klassieke Pavlovreacties wordt de winnende kaart van het nieuwe maatschappelijke middenveld uit handen geslagen. En dat is zonde. Omdat dat nieuwe maatschappelijk maatschappelijke middenveld van de burgers is en tegelijkertijd klaar is voor de opgaven die in huidige samenleving aan ze stelt. Dus daarom moeten we er alles aan doen om het nieuwe maatschappelijk initiatief, het nieuwe maatschappelijk middenveld de ruimte te bieden. Omdat zo het moderne gemeenschapsdenken weer een dominante kracht kan worden. In de samenleving. Maar misschien ook wel in de politiek.

 

Het zou tot een nieuwe verdeling in het politieke landschap kunnen leiden. Naast de klassieke as links-rechts, zou er een nieuwe as cosmopolieten-gemeenschapsdenken kunnen ontstaan. In ieder kwadrant zou dan een herkenbare, homogene politieke stroming kunnen zitten. In het kwadrant rechts-gemeenschapsdenken zou je de nieuwe conservatieven kunnen plaatsen. In het kwadrant rechts-cosmopolitisch de liberalen. In het kwadrant links-cosmopolitisch de vrijzinnigen. En in het kwadrant links-gemeenschapsdenken de socialen.

 

Het is mooi om te zien dat juist in de plaats van Thijs Wöltgens de PvdA laat zien hoe succesvol die laatste politieke stroming kan zijn.

Twitter
ReneVanDrunenReneVanDrunen: Partijen aan de rand proberen steeds te profiteren van het onbehagen. Zoek naar oplossingen. Moeilijk? Jazeker! #PvdAKerkrade
7 dagen geleden
ReneVanDrunenReneVanDrunen: Belangrijke reden voor onbehagen is afstand tussen bestuur en burger. Dat geldt niet voor #PvdAKerkrade en het burgerinitiatief #NovaRolduc.
7 dagen geleden
PvdAKerkradePvdAKerkrade: sandergorissen: #PvdAKR RT @ReneVanDrunen Volgens alle kamerleden is de huidige wet te rigide en onrechtvaardig.... http://t.co/YW4g6Zpl
1 week geleden
PvdAKerkradePvdAKerkrade: sandergorissen: "Bovendien is het nog maar zeer de vraag of de vulkaan op uitbarsten staat." Is wel zeker dat er een... http://t.co/O48eOMV6
1 week geleden
PvdAKerkradePvdAKerkrade: ReneSulmann: @HarmWiertz: Minister kunt u tellen? 47.000 inwoners, 4.000 kinderen tussen 12 en 18 jaar en 1.000... http://t.co/I9Xpv8vr
1 week geleden
PvdAKerkradePvdAKerkrade: ReneSulmann: "@BertKersten: Het zal allemaal anders worden! Weg met de regenten, de ramen open, aldus de PVV... http://t.co/El21Wu9c
1 week geleden
PvdAKerkradePvdAKerkrade: ReneSulmann: 'PVV'er overtrad EU-regels' http://t.co/KtzeZhTI" het begint langzaam maar het einde nadert voor de... http://t.co/pVCmd42K
1 week geleden
ReneSulmannReneSulmann: Eindelijk thuis naar een constructieve fractie nog even na geborreld, #bezuinigingsvoorstellen in de drie commissies. vuur Kirchroa! #PvdAK
2 weken geleden